De lage en hoge AWf-premie in 2026; het verschil bedraagt vijf procentpunten van het premieloon.
De percentages en het financiële verschil in 2026
De Belastingdienst stelt de lage AWf-premie voor 2026 op 2,74% en de hoge premie op 7,74%. AWf staat voor Algemeen Werkloosheidsfonds. Welke premie de werkgever betaalt, wordt per werknemer en per loontijdvak in de aangifte loonheffingen verwerkt.
Bij € 4.000 premieloon is de lage premie in een vereenvoudigde maandberekening € 109,60 en de hoge premie € 309,60. Het verschil is € 200. Het percentage is echter pas de laatste stap: eerst moeten contractsoort, schriftelijke vastlegging, oproepstatus en eventuele uitzondering juist zijn vastgesteld.
Wanneer geldt de lage AWf-premie?
De hoofdregel van de Belastingdienst bestaat uit drie cumulatieve voorwaarden. De arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd, is schriftelijk vastgelegd en is geen oproepovereenkomst. Ontbreekt één voorwaarde, dan geldt de hoge premie, tenzij een specifieke uitzondering geldt. Een mondeling vast contract of een vast nulurencontract voldoet dus niet aan de volledige hoofdregel.
Controleer niet alleen de contracttitel. Bij een oproepovereenkomst gaat het onder meer om het recht op loon wanneer niet wordt gewerkt en om de manier waarop de arbeidsomvang en loonbetaling zijn vastgelegd. Leg de bewijsstukken voor de lage premie vóór de eerste loonrun in de administratie vast en laat de drie contractindicaties in de aangifte aansluiten op het dossier.
- Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
- Schriftelijk vastgelegd in de loonadministratie.
- Geen oproepovereenkomst volgens de wettelijke kenmerken.
- Contractindicaties in de loonaangifte sluiten aan op de bronstukken.
Vijf situaties waarin altijd de lage premie geldt
De Belastingdienst noemt vijf uitzonderingssituaties. De lage premie geldt voor een werknemer jonger dan 21 jaar wanneer per aangiftetijdvak niet meer dan 48 uur bij vierwekenaangifte of 52 uur bij maandaangifte wordt verloond. Ook geldt de lage premie voor een bbl-leerling met een praktijkovereenkomst en arbeidsovereenkomst, mits de gedateerde praktijkovereenkomst in de administratie is opgenomen.
De overige drie uitzonderingen betreffen uitkeringen en toeslagen: een namens UWV doorbetaalde of als eigenrisicodrager betaalde WW-, ZW-, WIA- of WAO-uitkering, een toeslag op grond van de Toeslagenwet en een WAZO-uitkering. Verwerk deze bedragen met de daarvoor bestemde uitkeringsrubrieken en trek de uitzondering niet zonder meer door naar ander loon van dezelfde werknemer.
Tijdelijke urenuitbreiding vraagt contractanalyse
Een tijdelijke urenuitbreiding krijgt niet automatisch een eigen premie. Is de uitbreiding geen afzonderlijke arbeidsovereenkomst, dan volgt het loon over die uren dezelfde AWf-premie als het oorspronkelijke contract. Is wel een aparte arbeidsovereenkomst ontstaan, dan geldt voor het loon uit die uitbreiding de hoge premie.
Volgens de Belastingdienst is in ieder geval sprake van een aparte arbeidsovereenkomst wanneer werkzaamheden of arbeidsvoorwaarden voor de uitbreiding wezenlijk verschillen, of wanneer werkgever en werknemer om een andere reden uitdrukkelijk een aparte overeenkomst sluiten. Laat HR daarom vóór verwerking vastleggen of de uitbreiding een mutatie op het bestaande contract of een afzonderlijk contract is.
Twee situaties waarin de lage premie achteraf wordt herzien
De eerste herzieningssituatie geldt wanneer een nieuwe werknemer uiterlijk twee maanden na indiensttreding ontslag neemt of wordt ontslagen. De lage premie over de eerdere tijdvakken wordt dan alsnog hoge premie. De Belastingdienst publiceert aparte uitleg voor het bepalen van die periode, onder meer bij een voorafgaand tijdelijk contract, contractovername en overgang van onderneming.
De tweede situatie ziet op een werknemer met een arbeidscontract van gemiddeld 30 uur of minder per week die in een kalenderjaar meer dan 30% extra uren verloond krijgt ten opzichte van de contracturen. Voor contracten van gemiddeld meer dan 30 uur per week geldt deze herzieningsgrond niet. Bewaak de verhouding daarom cumulatief door het kalenderjaar en wacht niet tot na de laatste aangifte.
- Signaleer uitdiensttreding rond de tweemaandsgrens direct vanuit HR naar payroll.
- Leg contracturen eenduidig vast en tel verloonde uren cumulatief per kalenderjaar.
- Maak een waarschuwing vóór 130% van de contractuele jaaruren wordt bereikt.
- Beoordeel bijzondere contracthistorie voordat een herziening wordt geboekt.
Herziening en foutcorrectie zijn verschillende routes
Bij een verplichte herziening corrigeert de werkgever alle eerdere aangiftetijdvakken. De Belastingdienst schrijft voor dat de grondslagaanwas en hoge premie in de rubrieken voor AWf herzien worden opgenomen en dat bij laag en hoog voor die correctie € 0 wordt aangegeven. De antwoorden op de contractvragen blijven bij een herziening ongewijzigd, omdat het contract oorspronkelijk juist was geclassificeerd.
Was de oorspronkelijke aangifte fout, bijvoorbeeld omdat een tijdelijk contract als onbepaalde tijd is opgegeven, dan is geen sprake van herziening. Corrigeer dan de onjuiste contractindicatie en geef de hoge premie aan. Leg in het correctiedossier vast of de aanleiding een latere gebeurtenis of een oorspronkelijke invoerfout is, welke tijdvakken zijn geraakt en hoe de nieuwe aangifte aansluit op loonjournaal en betaling.
Bronnen
Gebruikte bronnen
De links verwijzen naar de geraadpleegde bron. Controleer bij toepassing altijd of wet, regeling, registerinformatie of beleidsdocument inmiddels is gewijzigd.